Weten is nog geen doen

Deze week las ik het essay van De Raad voor Volksgezondheid & Samenleving: Machtige mensbeelden; Kiezen voor menswaardig bestaan.[1]

Mensbeelden
Dit essay sluit perfect aan bij het gesprek dat wij binnen ons bedrijf regelmatig hebben. Hoe komt het dat wat ‘de overheid’ doet of vraagt, zo vaak niet aansluit bij verwachtingen van de mensen om wie het gaat. Het essay beschrijft dat aan veel regelgeving (vooral in het sociale domein) mensbeelden ten grondslag liggen. Dit zijn eenzijdige veronderstellingen over het leven en gedrag van burgers. Voorbeelden zijn de zelfredzame mens (mensen kunnen en willen voor zichzelf zorgen) en de actieve mens (actief burgerschap).

Die beelden zijn in zichzelf positief van aard. Ze hebben echter ook een verplichtende, normatieve kant. Bij de zelfredzame mens gaat het niet alleen over voor jezelf willen en kunnen zorgen, maar ook over voor jezelf moeten zorgen.
Onder invloed daarvan worden toegangseisen tot voorzieningen aangescherpt en soms zelfs ‘al vast’ versoberd.
Bij het ‘actieve mensbeeld’ is dit fenomeen bijvoorbeeld te herkennen aan de verplichte tegenprestatie in de Participatiewet.
Het risico is dat juist dat normatieve aspect wordt verengd tot het dwingend opleggen van specifiek gewenst gedrag.
De Toeslagenaffaire is hier een voorbeeld van. Toeslagen die waren bedoeld om mensen toegang te geven tot voorzieningen (bijv. kinderopvang), waarbij in de praktijk echter de focus lag op fraudebestrijding, en het opleggen van sancties bij niet naleving van regels.

Wantrouwen en uitsluiting
Als toepassing van mensbeelden in de uitvoering van beleid door de overheid niet aansluit op de mening en ervaring van burgers ontstaat vervreemding: wantrouwen en uitsluiting. Met alle narigheid van dien, zoals de toeslagenaffaire geleerd heeft. Het dwingende karakter van de regels bij het aanleveren van informatie bij toeslagen, leidde tot misstanden op het moment dat het niet naleven daarvan een onevenredig zware sanctie tot gevolg had. Immers: wie de regels niet naleefde werd behandeld als fraudeur.
Omdat er geen uitzonderingen konden worden gemaakt (ontbreken van een hardheidsclausule), én de professionals van de uitvoering geen toegang hadden tot de beslissers over het beleid, kon deze situatie jaren voortduren.

Dit soort voorbeelden zijn schrijnend. Zeker als je in ogenschouw neemt dat 20% van de mensen in Nederland niet uit de voeten kan met de regels van de overheid.[2] Dat kan tijdelijk zijn, bijvoorbeeld als gevolg van een crisis in de persoonlijke sfeer, of structureel bijv. als gevolg van laaggeletterdheid. Door deze ‘machtige’ mensbeelden met daaruit voortvloeiend beleid, is de menselijke maat te veel op de achtergrond geraakt in het overheidshandelen.

Doenvermogen
Het essay benadrukt dat de menselijke maat weer centraal moet staan in regelgeving én uitvoering daarvan. De schrijvers pleiten ervoor uit te gaan van het doenvermogen van burgers. Dit betekent dat er rekening mee wordt gehouden dat het vermogen van burgers om informatie te wegen, en op basis daarvan rationale keuzes te maken, wordt begrensd door mentale of praktische factoren.

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft in 2020 in een tweetal publicaties concrete tools beschreven om een doenvermogentoets van regelgeving te laten plaatsvinden.[3]
Stappen om het doenvermogen van de doelgroep te onderkennen zijn:
• Definieer de doelgroep en de situaties waarin zij van de regelgeving gebruik maken;
• Haal informatie op bij mensen die dagelijks werken in de uitvoering;
• Maak gebruik van een pilot (of pre-test);
• Heb direct contact met mensen uit doelgroep.

In het essay over mensbeelden wordt daar nog aan toegevoegd dat professionals in de uitvoering de ruimte moeten krijgen om van regels te mogen afwijken op basis van specifieke (persoonlijke) omstandigheden (bijv. d.mv. een hardheidsclausule).

Tragisch
Ik onderschrijf de waarde van de publicaties en aanbevelingen. Tegelijkertijd zit er wat mij betreft ook iets tragisch in. De overheid is zo ver van de ‘werkelijkheid’ verwijderd geraakt dat wat volgens mij volstrekt vanzelfsprekend zou moeten zijn in een ‘toets en tools’ moet worden vastgelegd.
Het is toch volkomen normaal dat de uitvoering wordt betrokken bij beleidsvorming?
Het is toch vanzelfsprekend dat regels in nauw contact met mensen uit de doelgroep worden opgesteld?

Daarnaast vind ik het belangrijk dat we ons realiseren dat er een groep burgers is die nooit ‘mee zal kunnen komen’. Dat is van alle tijden en zal ook altijd zo blijven. Ook zij horen erbij in onze samenleving. Weten (in de zin van kennis hebben kunnen nemen van de regels) is niet hetzelfde als begrijpen, en leidt niet altijd naar doen. Het rigide toepassen van ‘de regels’ op deze groep mensen leidt tot wanhoop, frustratie en achteraf zaken moeten herstellen.

Wilco van Egmond
Ida Strating

Vitale Overheid
Wij werken vooral voor gemeenten, provincie en waterschappen. Altijd in het krachtenveld van samenleving, politiek, bestuur en ambtelijke organisaties. Wij geven o.a. trainingen over het Bestuurlijk Ambtelijk Samenspel en Politieke Sensitiviteit.
Ben je geïnteresseerd? Bel (06-50266175) of mail ons!
Meer informatie kun je vinden op: www.vitaleoverheid.nl

[1] Zie: Raad voor Volksgezondheid & Samenleving: Machtige mensbeelden; Kiezen voor menswaardig bestaan
[2] Bron: Eindrapport Tijdelijke Commissie Uitvoeringsorganisaties Klem tussen balie en beleid d.d. 25 februari 2022
[3] WRR 2020: Doenvermogentoets en Doenvermogentools. Deze publicaties zijn gebaseerd op het eerdere rapport van de WRR uit 2017: Weten is nog geen doen, een realistisch perspectief op redzaamheid