Hoe stel je jezelf voor op een feestje? Noem je jezelf dan ambtenaar, wetende dat er mogelijk gelach uitbarst. Ik erger me mateloos aan de lage sociale status van veel ambtenaren. Want ambtenaar is een titel die je met trots mag dragen.

Een tijdje terug was ik voor een klant aanwezig bij een commissievergadering. In verband met de corona-maatregelen moest ik mijn komst vooraf doorgeven. Dat er op mij gerekend was, bleek onder andere uit de overhandiging van een naambordje bij binnenkomst.

Tot mijn verbazing stond op dat bordje: Wilco van Egmond, ambtenaar. Ik moest er erg om lachen. Niet over mijn naam, wel over de toevoeging.

Ik werk al jaren met veel plezier als trainer, adviseur en interimmanager in overheidsorganisaties. En ik beschouw mezelf als iemand met een groot hart voor de publieke zaak. Ook heb ik – alweer even geleden – meer dan 20 jaar in verschillende functies binnen de overheid gewerkt. Maar mezelf betitelen als ambtenaar…?

Ken je die mop van die ambtenaar die…
Veel ambtenaren hebben in Nederland een lage sociale status. Sterker nog, ze zijn onderwerp van vele moppen over hun luiheid en starheid.

Weet je waarom 21 maart is uitgeroepen tot de dag van de ambtenaar? Op 21 maart is de winterslaap voorbij en begint de voorjaarsmoeheid.

Als je googelt op ‘beeldvorming ambtenaren’ krijg je vooral een flinke hoeveelheid (voor)oordelen te verstouwen. Een bloemlezing:

  • Ambtenaren zijn lui en staan om half vijf klaar met hun jas om naar huis te gaan.
  • Ambtenaren zijn star en traag.
  • Ambtenaren werken bij de overheid omdat ze zich in het bedrijfsleven niet staande kunnen houden.
  • Ambtenaren kunnen niet ontslagen worden.
  • Ambtenaren zijn saai en grijs.

Wie heeft dat woord bedacht?
Waar komt het woord ambtenaar eigenlijk vandaan? Het woord ambt is een verkorting van ambacht. Pas na de 17de eeuw wordt ambacht gekoppeld aan ‘handwerk’, en gebruiken we ambt voor de hogere functies. In de loop van de eeuwen is de betekenis langzaam veranderd  in wat het nu betekent: iemand die werkt voor de publieke zaak. Dat kan een gemeenteambtenaar zijn. Maar ook een politieagent, vuilnisophaler of een leraar op een openbare school.

Hoe lui zijn die ambtenaren eigenlijk?
Natuurlijk komen ze voor. Ambtenaren die voldoen aan de verschillende stereotypen. De regels-zijn-regels-ambtenaar, waarvan je een voorbeeld tegenkomt in mijn blog Van ‘dat mag niet’ naar ‘dat regelen we samen’. De ambtenaar voor wie denkt dat het ‘mijn tijd wel zal duren’, de duiker, de lijntrekker en de meelifter… Ze bestaan allemaal. Net zoals in elke andere beroepsgroep.

Hoogleraar Bestuurs- en Organisatiewetenschap Lars Tummers is bezig met een meerjarig onderzoek naar het imago van ambtenaren, getiteld ‘Luie ambtenaren? Stereotypen over ambtenaren in verschillende landen’.

Hij verwacht in zijn onderzoek geen grote nieuwe ‘ontdekkingen’. De stereotypen voor ambtenaren hier zijn wel duidelijk. Maar hij voegt er een internationale component aan toe. Hij doet vergelijkend onderzoek naar het imago van ambtenaren in Nederland, Zuid-Korea en Canada. Naar verwachting oordelen deze landen verschillend over ambtenaren: Zuid-Korea waarschijnlijk positief, Nederland eerder negatief en Canada ergens tussenin.

Tummers is ook benieuwd hoe mensen denken over de verschillende functionarissen. “Het oordeel over een politieagent kan anders zijn dan dat over een beleidsambtenaar.”

Het belang van het onderzoek zit volgens Tummers vooral in de twee vervolgvragen[1]:

  • Wat is het effect van negatieve stereotyperingen?
  • Hoe gaan ambtenaren met die stereotyperingen om?

Gevolgen van negatieve stereotypen
Tummers noemt zelf een aantal mogelijke gevolgen van de negatieve stereotypen. Het kan:

  • invloed hebben op de werving van ambtenaren: ambitieuze professionals maken andere beroepskeuzes;
  • een self fulfilling prophecy worden: mensen gaan minder hard werken als ze als lui worden ‘weggezet’;
  • invloed hebben op gedrag van ambtenaren in klantcontacten: “Jullie denken slecht over mij? Wacht maar, ik ga je terugpakken”;
  • zorgen dat ambtenaren juist harder gaan werken om te laten zien dat het beeld niet klopt.

De stereotypen onderzocht…
Ik ben ook eens in die stereotypen gedoken. Een kort overzicht.

Allereerst de rechtspositie. Met de komst van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren in 2020 hebben ambtenaren (vrijwel) dezelfde rechtspositie als werknemers in de private sector. Omdat ambtenaren een publieke functie hebben, blijven voor hen een aantal aparte regels gelden zoals:

  • geheimhoudingsplicht;
  • verbod om giften aan te nemen;
  • de plicht andere functies te melden.

Geen absolute baangarantie voor het leven
Ook ambtenaren kunnen ontslagen worden. Bij overbodigheid. Of als ze hun werk niet goed doen. Toch kan ik mij voorstellen dat het minder gebeurt dan in de private sector. Dat komt wellicht door een andere werkcultuur.

Maar belangrijker, zo weet ik uit eigen ervaring als manager bij de overheid, is dat de overheid zelf risicodrager is voor de uitkering. Dat betekent dat de overheidsorganisatie zelf de kosten van de WW moet betalen. Dat maakte mij als manager terughoudender om mensen ‘op straat te zetten’. Mijn werkgever, de overheid dus, zou dan immers ook het bedrag aan uitkering kwijt zijn, zonder dat je daar ‘werk voor terugkrijgt’.

In de praktijk heb ik daarom vaak gezocht naar alternatieven. Zoals ander werk binnen de organisatie. Of begeleiding in het vinden van ander werk. Je werkt immers met publiek geld, zeg maar ‘onze belastingcenten’. Dat is een grote verantwoordelijkheid.

Waar komt dat imago van traagheid vandaan?
Laten we even kijken naar het ‘hoe het werkt’ binnen van de overheid. Binnen de overheid beslist het bestuur, zoals het college van burgemeester en wethouders, of de politiek. In dat laatste geval heeft de gemeenteraad het laatste woord.

Veel besluiten kunnen door ambtenaren namens het bestuur worden genomen. Maar lang niet alle. Soms is een besluit van het bestuur of van de politiek nodig. En die vergaderen niet elke dag, zodat het een tijdje duurt voordat een besluit is genomen.

Veel regels zijn gewoon terecht
Alleen uitvoering van die regels kost tijd. Voor de bouw van een huis is een vergunning nodig. Daarvoor moeten verschillende mensen kijken naar de plannen: voldoet het gebouw aan de technische eisen, is het brandveilig, past het in de omgeving, hebben de buren geen bezwaren, etc.? Daar kun je van alles van vinden. Maar dat hebben ambtenaren niet verzonnen. Die regels hebben wij met z’n allen bepaald. Het zijn regels die onder andere de Tweede Kamer bepaalt. Mensen die wij gekozen hebben. Dus je kan hooguit de democratie de schuld geven.

Politieke drukte
Als de media berichten over een probleem, ontstaat druk bij politici: “Dit mag nooit meer voorkomen”. Er komen Kamervragen, moties, etc. Als antwoord worden nieuwe regels toegevoegd. Of er komt strengere handhaving. De consequentie is dat uitvoering stroperiger, complexer en bureaucratischer wordt. Of zelfs volledig uit de bocht giert zoals in de toeslagen-affaire.

Dus in plaats van het probleem op te lossen, worden regels verzonnen die nog meer tijd kosten. Dat is niet op initiatief van ambtenaren. Dat zou je kunnen betitelen als een reflex van de politiek. En ambtenaren moeten die regels uitvoeren.

Houden ambtenaren zich in het bedrijfsleven niet staande?
Onzin. Er zijn genoeg ambtenaren die overstappen naar het bedrijfsleven. Ik ben daar zelf een voorbeeld van. Al 12 jaar actief als ondernemer. Met veel plezier. En de hypotheek wordt ook nu gewoon betaald.

En er bestaan zelfs ondernemende ambtenaren… Publiek denken, netwerkplatform voor professionals in de publieke sector, nomineert Lian de Boer voor de titel ambtenaar van het jaar 2020. Een greep uit de aanbevelingen:

  • “Voor mij als ondernemer de definitie van een ondernemende ambtenaar.”
  • “Meer ondernemer dan ambtenaar.”
  • “Ik heb regelmatig ondernemers moeten verzekeren dat Lian echt bij de gemeente zit.”

Lian de Boer lijkt in niets op alle vooroordelen over ambtenaren. Ze praat niet als een ambtenaar en gedraagt zich niet als de stereotype ambtenaar, en dat maakt haar een geweldige ambtenaar.

In mijn werk heb ik inmiddels vele honderden bevlogen, creatieve, inspirerende en hardwerkende ambtenaren ontmoet. Ik spreek elke dag mensen als Lian de Boer. Mensen die echt willen bijdragen aan de publieke zaak en dat ook doen.

Wat als er geen ambtenaren zouden zijn?
Goede vraag. En ook de reden waarom het me mateloos irriteert als ik die vooroordelen en soms zelfs platte beledigingen aan het adres van een grote groep mensen in onze samenleving hoor.

Stel je eens voor als er geen ambtenaren zouden zijn. Wie haalt dan jouw vuil op? Wie zorgt ervoor dat de wegen berijdbaar blijven? Wie zorgt ervoor dat uitkeringen worden uitbetaald?

Er is geen publiek onderwerp denkbaar waar de overheid niet mee van doen heeft. Jaren hebben we gedacht dat het beter zou worden als we dat aan de markt over zouden laten. Dat blijkt in de praktijk vaak tegen te vallen. We streven daarom weer naar een sterke(re) overheid, lees daarover mijn blog Wil de echte overheid op staan? En ja, dan heb je ambtenaren nodig die het werk doen. Om beleid te maken én om dat beleid uit te voeren.

Ambtenaren zijn vakmensen
De ambtenaren die ik tegenkom, hebben inhoudelijk kennis van de vaak complexe onderwerpen waar ze mee bezig zijn. Het zijn vakmensen die inzicht moeten hebben in hun omgeving, hun netwerk, het krachtenveld. Wat speelt er in een buurt? Wat is van belang voor de doelgroep, etc.?

En tot slot moeten ambtenaren kunnen inspelen op politieke overtuigingen en wensen. Ze werken immers rechtstreeks voor de politiek. Dat maakt het werk van ambtenaar uitdagend, vaak complex en van belang voor ons als inwoners.

Ambtenaar is dus een titel die je met trots mag dragen.  

Hoe denk jij daarover?

 

 

Ida Strating & Wilco van Egmond
Reacties horen we graag! Mail naar:

Ida@stratingenvanegmond.nl
Wilco@vitaleoverheid.nl

 

 

[1] Zie Binnenlands Bestuur 14-2018; blz. 34 e.v.